De kinderrechter in Den Haag heeft op 7 januari 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van drie maanden vanwege zorgen over het alcoholgebruik van de ouders en de instabiele huisvestingssituatie. De moeder stond op de zwarte lijst van woningbouwverenigingen en verbleef met de minderjarige in diverse hotelvoorzieningen, waar spanningen en zorgmeldingen waren.
De ouders voerden verweer en gaven aan dat zij actief werken aan hun situatie, met hulpverlening en een vaste baan voor de vader. Zij benadrukten dat er geen ontwikkelingsbedreiging meer is en dat zij openstaan voor vrijwillige hulpverlening en systeemtherapie. De kinderrechter oordeelde dat niet langer voldaan is aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling, omdat de ouders actief participeren in hulpverlening en er een vaste woonplek is.
Desondanks werd de ondertoezichtstelling verlengd voor één maand om een warme overdracht naar het vrijwillige kader mogelijk te maken en gemaakte afspraken te borgen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot verlenging voor de resterende duur van drie maanden werd afgewezen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.