Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 27 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens verzoekschrift;
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn in juli 2023 gehuwd en hebben kort daarna de echtelijke woning betrokken. De onderlinge verstandhouding verslechterde snel, waarna de vrouw de woning meerdere keren verliet en sinds september 2024 feitelijk uit elkaar is met de man. Beiden verzoeken om het uitsluitend gebruik van de woning.
De vrouw stelt dat zij vanwege krapte bij haar ouders, waar zij sinds september 2024 verblijft, dringend de woning nodig heeft. De man betwist dit en stelt dat de vrouw vrijwillig is vertrokken en voldoende ruimte heeft bij haar ouders. De man woont sinds het huwelijk vrijwel onafgebroken in de woning en draagt het grootste deel van de lasten.
De rechtbank weegt de belangen en concludeert dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet langer bij haar ouders kan verblijven. De man heeft geen alternatieve woonruimte en heeft een langdurige werkopdracht in Haarlem waarvoor de woning gunstig gelegen is. Het verzoek van de man wordt toegewezen, dat van de vrouw afgewezen. De vrouw's verzoek tot voorlopige partneralimentatie behoeft geen verdere bespreking. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af en kent het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe aan de man.