ECLI:NL:RBDHA:2025:12804
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag door de Minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting en constateert dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
De minister heeft op 3 maart 2025 een beslissing genomen op het bezwaarschrift van verzoekster. Verzoekster heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een verzoek om voorlopige voorziening alleen worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het besluit op bezwaar.
Omdat deze beroepsprocedure ontbreekt, kan de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandelen en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepsprocedure.