Art. 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 1:25c Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vaststelling geboortegegevens verzoeker zonder geboorteakte uit buitenland
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om vaststelling van de noodzakelijke geboortegegevens voor het opmaken van zijn geboorteakte, omdat geen geboorteakte beschikbaar is uit zijn geboorteland. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek en de bijbehorende stukken, waaronder het F9-formulier, correspondentie van de ambtenaar van de burgerlijke stand en documenten van de IND.
De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft op grond van artikel 3 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat Nederlands recht van toepassing is. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat hij niet kan beschikken over een geboorteakte uit het buitenland en dat het vanwege de onveilige situatie en het reisadvies niet van hem kan worden verwacht dat hij deze documenten zelf verkrijgt.
Op grond van artikel 1:25c BW kan de rechtbank in dergelijke gevallen de noodzakelijke geboortegegevens vaststellen. De rechtbank baseert zich op de BRP, het Nederlandse paspoort en het IND-rapport en stelt de geboortegegevens vast conform het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand. De rechtbank wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en stelt geen oudergegevens vast wegens gebrek aan aanwijzingen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de geboortegegevens van verzoeker vast voor opname in de Nederlandse registers.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8779
Zaaknummer: C/09/676883
Datum beschikking: 26 juni 2025
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 5 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9-formulier van 10 december 2024 van verzoeker, met bijlage;
de brief van 16 januari 2025 van de ambtenaar;
de brief van 25 februari 2025 van de ambtenaar, met bijlage;
het F9-formulier van 28 maart 2025 van verzoeker, met bijlage;
het F9-formulier van 8 mei 2025 van verzoeker.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker noodzakelijke gegevens zal vaststellen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De ambtenaar heeft gereageerd op het verzoek, en heeft, indien het verzoek wordt toegewezen, aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de vaststelling van de volgende geboortegegevens:
In de Basisregistratie Personen (BRP) is opgenomen dat verzoeker is geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
Bij Koninklijk Besluit van 21 november 2005, nummer 05.004311, heeft verzoeker de Nederlandse nationaliteit verkregen. Hierbij zijn zijn voornamen vastgesteld als “ [voornamen] ” en is zijn geslachtsnaam vastgesteld als “ [geslachtsnaam] ”.
Van verzoeker is geen geboorteakte geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhefPro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het verzoek ziet op het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van verzoeker en tot opname daarvan in de Nederlandse registers. De rechtbank acht Nederlands recht als haar interne recht van toepassing op het verzoek.
Ontvankelijkheid
Hier te lande is geen geboorteakte ten name van verzoeker ingeschreven en onder de overgelegde stukken bevindt zich evenmin een geboorteakte ten name van verzoeker.
Verzoeker heeft naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt niet te kunnen beschikken over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte en deze ook niet kan verkrijgen. Hoewel de ambtenaar heeft gesteld dat de mogelijkheid bestaat dat van verzoeker wel een geboorteakte/registratie is opgemaakt, heeft verzoeker aangegeven dat het vanwege de veiligheidssituatie in [geboorteland] lastig is om documentatie te verkrijgen uit [geboorteland] . Bovendien stelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat de kleurcode voor reisadvies naar [geboorteland] rood is, omdat het er te gevaarlijk is. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet van verzoeker worden verwacht dat hij naar [geboorteland] afreist om te onderzoeken of hij aldaar documentatie kan verkrijgen.
Op grond van artikel 1:25c BW kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de rechtbank te ’s-Gravenhage de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 van het BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Nu verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft, kan hij worden ontvangen in zijn verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van verzoeker moet hebben plaatsgehad. De rechtbank heeft zich gebaseerd op het afschrift uit de BRP, de kopie van het Nederlandse paspoort van verzoeker en het rapport van de IND.
De rechtbank zal de geboortegegevens van verzoeker vaststellen conform het advies van de ambtenaar. De rechtbank gaat uit van een namenreeks, omdat een namenreeks in [geboorteland] gebruikelijk is. De rechtbank zal geen oudergegevens vaststellen, nu daarvoor geen aanwijzingen zijn verkregen.
Nu de aard van de zaak zich verzet tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking, zal de rechtbank het hiertoe strekkend verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2025.