ECLI:NL:RBDHA:2025:12808

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
C/09/660563 / FA RK 24-661
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige na erkenning

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind, geboren in 2023. Eerder was het verzoek aangehouden totdat de man de akte van erkenning zou overleggen. Nadat deze akte op 27 juni 2025 was ingediend, kon de rechtbank het verzoek inhoudelijk beoordelen.

Partijen waren het eens over het gezamenlijk gezag. De rechtbank handhaafde de eerdere afspraken over de omgangsregeling en besloot het verzoek tot gezamenlijk gezag toe te wijzen. Hiermee komt het gezag voortaan gezamenlijk toe aan de man en de moeder van de minderjarige.

De beschikking werd uitgesproken op 10 juli 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank bevestigde hiermee de juridische positie van de man als gezagsdrager na de erkenning van het kind.

Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag over de minderjarige is toegewezen aan de man en de moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-661
Zaaknummer: C/09/660563
Datum beschikking: 10 juli 2025

Gezag

Beschikking op het op 16 januari 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat voorheen: mr. L.M.J. Duijverman te ’s-Gravenhage,
advocaat nu: mr. M.W. Kuiper te ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 28 februari 2025 is, voor zover hier relevant:
  • vervangende toestemming verleend aan de man tot erkenning van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] ;
  • bepaald dat, met ingang van 1 maart 2025, [minderjarige] bij de man zal zijn:
  • op dinsdag van 18.00 uur tot 20.00 uur;
  • als de moeder op zaterdag werkt op zaterdag van 09.00 uur tot 16.00 uur;
  • in het weekend dat de moeder niet op zaterdag werkt: op zondag van 17.00 uur tot 20.00 uur;
  • op doordeweekse werkdagen van de moeder tot 20.00 uur, waarbij de moeder twee weken van tevoren laat weten welke dagen dat zijn, en waarbij geldt dat als de man dan niet beschikbaar is, de ouders in onderling overleg opvang regelen;
- ten aanzien van de vakanties en feestdagen bepaald dat:
  • [minderjarige] bij de man zal zijn met de kerstdagen;
  • [minderjarige] bij de moeder zal zijn op de verjaardag van de moeder ( [dag] ) en met oud en nieuw;
- het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt aangehouden tot 1 augustus 2025 pro forma, waarbij de man vóór de genoemde pro forma datum de akte van erkenning aan de rechtbank doet toekomen.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook het F9-formulier 27 juni 2025 van de man met als bijlage de akte van erkenning.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Partijen zijn het erover eens dat zij het gezamenlijk gezag over [minderjarige] zullen uitoefenen.
Nu de rechtbank de akte van erkenning heeft ontvangen en daarmee gebleken is dat de erkenning tot stand is gebracht, kan de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag in behandeling nemen en beslissen op het verzoek tot gezamenlijk gezag. De rechtbank zal het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de man en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 juli 2025.