Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. De rechtbank legt een beslistermijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd; dan geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van €453,50 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier Y.M.C.W. Mutsaers op 19 juni 2025 te Utrecht. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.