ECLI:NL:RBDHA:2025:12861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een beroep tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 28 mei 2025 bevestigd en toetst nu alleen de periode van 28 mei tot 3 juli 2025.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Nigeria en dat een lichter middel zoals een meldplicht passend zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de bewaring niet gericht is op terugkeer maar op de behandeling van de asielaanvraag en dat de verlengde termijn nog niet is verstreken. Ook is een zitting gepland voor de behandeling van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag.
Daarnaast zijn eerdere bezwaren tegen de bewaringsgronden en het zorgvuldigheidsbeginsel reeds beoordeeld en afgewezen. De rechtbank concludeert dat het voortduren van de bewaring rechtmatig is en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.