ECLI:NL:RBDHA:2025:12905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en terugkeerbesluit
Eiser, een Algerijnse man, vroeg asiel aan met het argument dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid in Algerije niet veilig zou zijn. Hij stelde dat hij problemen ondervond met familie en maatschappij en vreest vernedering bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen.
Eiser voerde aan dat hij tijdens het gehoor beperkingen ervoer en onvoldoende open kon zijn, en dat de beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn verklaringen en het referentiekader. Ook stelde hij dat hij aanvullend gehoord had moeten worden en dat de vraagstelling niet flexibel genoeg was. De rechtbank oordeelde dat verweerder het referentiekader adequaat had toegepast en dat de geloofwaardigheid van eiser terecht werd betwijfeld vanwege onsamenhangende en oppervlakkige verklaringen.
Daarnaast werd het terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen en een inreisverbod bevestigd, omdat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland was binnengekomen, niet meewerkte aan vaststelling identiteit, geen vaste verblijfplaats had en onvoldoende middelen van bestaan kon aantonen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.