De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een vijfjarige minderjarige die te maken heeft met complexe opvoedingssituaties en hechtingsproblematiek. De minderjarige heeft sinds 2021 verschillende verblijfplaatsen gehad, waaronder bij grootouders vanwege drugsgebruik van de ouders en conflicten tussen hen. Sinds 2024 woont hij voltijd bij de vader en diens partner, maar de continuïteit en voorspelbaarheid zijn verminderd en er is weinig contact met de moeder.
De vader erkent de zorgen en geeft aan overbelast te zijn door de vele betrokken instanties en het verlies van vertrouwen in Jeugdformaat. Er is een prille verbetering in de samenwerking met de grootouders, maar de situatie blijft complex. De minderjarige vertoont gedragsproblemen en een negatief zelfbeeld op school, en er zijn zorgen over zijn veiligheid thuis. Hulpverlening binnen het vrijwillig kader heeft onvoldoende effect gehad.
De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreiging. Er is behoefte aan een jeugdbeschermer die regie voert over de hulpverlening en afspraken maakt tussen alle betrokkenen. De beschikking wordt voor de duur van een jaar toegewezen en direct uitvoerbaar verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.