ECLI:NL:RBDHA:2025:12965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eerder had de rechtbank een besluit van 25 februari 2025 vernietigd, maar het nieuwe besluit van 15 mei 2025 handhaaft het niet in behandeling nemen.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank beoordeelt of de minister terecht geen toepassing geeft aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat een lidstaat de bevoegdheid geeft om een asielaanvraag toch te behandelen ondanks dat een andere lidstaat verantwoordelijk is.
Eiser had aangevoerd dat vanwege zijn biseksualiteit en de angst voor slechte behandeling in Frankrijk toepassing van artikel 17 gerechtvaardigd Pro is. De minister heeft dit gemotiveerd afgewezen omdat deze omstandigheden niet voldoende onderbouwd zijn en er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht onevenredig hard maken.
De rechtbank volgt de minister en oordeelt dat de beoordeling terughoudend moet zijn en dat de minister niet onredelijk heeft gehandeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser kan worden overgedragen aan Frankrijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht naar Frankrijk blijft gehandhaafd.