Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Westland heeft verleend voor het oprichten van een appartementencomplex met 40 woningen in het centrum van Monster. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 januari 2025 behandeld en direct uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks het spoedeisend belang van verzoeker, het bezwaar tegen de vergunning geen redelijke kans van slagen heeft. Het bestemmingsplan is in werking getreden en vormt onderdeel van het omgevingsplan, waaraan de vergunning is getoetst. De geringe overschrijding van de bouwhoogte is stedenbouwkundig aanvaardbaar en niet zichtbaar vanaf openbaar gebied, en leidt niet tot extra belemmeringen voor verzoeker.
Daarnaast past het bouwvolume binnen het omgevingsplan en leidt het niet tot extra ruimtebeslag op groen en water. Bezwaarpunten over demping van vijver en beschadiging van een boom betreffen activiteiten waarop de vergunning geen betrekking heeft. Ook is voldaan aan de participatievereisten uit de Omgevingswet. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de vergunning van kracht.