ECLI:NL:RBDHA:2025:13039

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
NL25.25122
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 maart 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en beoordeelt het beroep op basis van de overgelegde stukken.

De rechtbank stelt vast dat de gronden die eiser aanvoert nagenoeg gelijk zijn aan die in een eerder vervolgberoep. Het lopende onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten naar de afgifte van een laissez passer wordt regelmatig gerappelleerd, waarbij de minister voortvarend handelt. Er is geen aanwijzing dat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez passer zullen verstrekken.

De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig is en dat er voldoende zicht is op uitzetting. Daarom slaagt het beroep niet en wordt het ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25122
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. W.R.S. Ramhit),
en

de Minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

De minister heeft op 4 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft desgevraagd hierop niet gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1998.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 30 april 2025 (in de zaak NL25.25122) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. De rechtbank stelt vast dat wat eiser heeft aangevoerd nagenoeg hetzelfde is als hetgeen hij in het vorige vervolgberoep heeft aangevoerd. De rechtbank verwijst om die reden naar wat zij daarover heeft overwogen in haar uitspraak van 30 april 2025 (in de zaak NL25.18630), rechtsoverwegingen 6 en 7. Daaraan voegt de rechtbank toe dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten loopt. De minister rappelleert regelmatig bij de Marokkaanse autoriteiten in verband met de afgifte van een laissez passer (lp), laatstelijk op 21 mei 2025. Niet gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten te kennen hebben gegeven geen lp te zullen verstrekken ten behoeve van eiser. Daarnaast heeft de minister op 7 mei 2025 en 6 juni 2025 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. In hetgeen eiser thans heeft aangevoerd ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat er geen zicht op uitzetting is naar Marokko of dat de minister onvoldoende voortvarend handelt met betrekking tot eisers uitzetting. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was. Eisers beroepsgronden slagen daarom niet..
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 juni 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.