Eiseres, samen met haar minderjarige zoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege dreiging door Al-Shabaab en problemen met haar ex-echtgenoot en diens familie. Zij stelde dat zij vanwege deze dreiging moest vluchten uit Somalië.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiseres inconsistent, summier en niet geloofwaardig waren. Daarnaast werd zij niet als alleenstaande vrouw aangemerkt en was er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig bij familie in Mogadishu.
De rechtbank bevestigde het standpunt van de minister. De tegenstrijdigheden in het relaas, het gebrek aan detail over de dreiging en het passieve gedrag van eiseres om hulp te zoeken, ondermijnden de geloofwaardigheid. Ook het feit dat eiseres contact had met haar echtgenoot en familieleden in Somalië maakte dat zij niet als alleenstaande vrouw kon worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.