ECLI:NL:RBDHA:2025:13042

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
NL25.23481
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Meesters – van Luijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Somalië wegens gebrek aan geloofwaardigheid en binnenlands alternatief

Eiseres, samen met haar minderjarige zoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege dreiging door Al-Shabaab en problemen met haar ex-echtgenoot en diens familie. Zij stelde dat zij vanwege deze dreiging moest vluchten uit Somalië.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiseres inconsistent, summier en niet geloofwaardig waren. Daarnaast werd zij niet als alleenstaande vrouw aangemerkt en was er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig bij familie in Mogadishu.

De rechtbank bevestigde het standpunt van de minister. De tegenstrijdigheden in het relaas, het gebrek aan detail over de dreiging en het passieve gedrag van eiseres om hulp te zoeken, ondermijnden de geloofwaardigheid. Ook het feit dat eiseres contact had met haar echtgenoot en familieleden in Somalië maakte dat zij niet als alleenstaande vrouw kon worden beschouwd.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23481

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [nummer 1],
en haar minderjarige zoon
[minderjarige]
V-nummer: [nummer 2]
(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit waarin haar asielaanvraag is afgewezen. Eiseres heeft op 7 januari 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend voor haar en haar minderjarige zoon. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 mei 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit mede aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres en de vader van haar zoon zijn gescheiden voordat hun zoon werd geboren. Eiseres is nadien hertrouwd met iemand uit hetzelfde dorp. De vader heeft geen bemoeienis gehad met de opvoeding. In 2022 wilde haar ex-echtgenoot en zijn familie de opvoeding van haar zoon overnemen. Dit heeft eiseres geweigerd en ze heeft haar zoon weggestuurd naar Mogadishu om onder te duiken. De ex-echtgenoot heeft familieleden die lid zijn van Al-Shabaab. Al-Shabaab is door de familie ingelicht dat eiseres haar zoon niet wil overdragen, waarop eiseres is aangevallen door leden van Al-Shabaab. Ze was op dat moment zwanger van haar nieuwe echtgenoot en door de aanval is zij haar kindje verloren. Door het voorval moest haar baarmoeder verwijderd worden en heeft zij twee maanden in het ziekenhuis gelegen in Mogadishu. Daarna heeft zij, met haar zoon, drie maanden bij vrienden en familie verbleven in Mogadishu. Er is haar ter ore gekomen dat Al-Shabaab haar nog steeds zoekt. Om die reden is ze met haar zoon gevlucht. Ze kan niet terug naar Somalië, omdat Al-Shabaab haar dan zal vinden en haar zoon zal afnemen.
Het bestreden besluit
6. De minister stelt vast dat de door eiseres gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet zijn aangetoond met documenten, maar houdt in deze procedure wel de persoonsgegevens aan die zij heeft genoemd. De door eiseres aangevoerde problemen met haar ex-partner, ex-schoonfamilie en Al-Shabaab worden door de minister niet geloofwaardig geacht. De verklaringen van eiseres zijn niet samenhangend, summier, vaag en inconsistent. Er is niet gebleken van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. Daarbij is er op gewezen dat eiseres meerdere familieleden heeft waar ze bij kan wonen. Eiseres is niet aangemerkt als alleenstaande vrouw. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
De gronden van beroep
7. Eiseres heeft aangevoerd dat haar niet verweten kan worden dat ze het geboortejaar van haar zoon, 2014 of 2016, niet precies weet. Zij komt uit een rurale patriarchale samenleving, zodat het verschil van twee jaar onvoldoende is om de geloofwaardigheid van het relaas te betwijfelen. Dat haar ex-echtgenoot pas in 2022 interesse toont in hun zoon, terwijl contact sinds de echtscheiding in 2015 ontbreekt, kan volgens haar niet gebruikt worden om de motieven van de ex-schoonfamilie in twijfel te trekken. Zij stelt door de banden van haar ex-echtgenoot met Al-Shabaab te zijn mishandeld door Al-Shabaab en actief door hen gezocht te worden. Verder voert eiseres aan dat er geen hulp te verwachten is van de autoriteiten. De afwezigheid van directe problemen voor de moeder van eiseres kan volgens haar komen, omdat Al-Shabaab zich tijdelijk heeft teruggetrokken. Volgens eiseres is het, vanwege het rurale gebied, begrijpelijk dat zij na haar vertrek uit Mogadishu geen contact meer heeft gehad met haar echtgenoot en doet dit geen afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn eerdere betrokkenheid. Eiseres stelt dat zij, vanwege het ontbreken van contact met haar echtgenoot, een alleenstaande vrouw is, zodat zij een verblijfsvergunning asiel moet krijgen.
Beoordeling
8. Met betrekking tot de geloofwaardigheid van het relaas overweegt de rechtbank als volgt.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de tijdlijn en de geboortedatum van haar zoon. Er zijn uiteenlopende jaren genoemd voor dezelfde gebeurtenissen. Daarbij zij opgemerkt dat de verschillen niet alleen zien op geboortejaren, maar ook op de leeftijd. Zo heeft eiseres tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat haar zoon toen zij met een nieuwe partner trouwde ongeveer twee jaar oud was. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat toen zij ging trouwen met een nieuwe partner haar zoon vier jaar oud was. Over de tijdlijn heeft de minister eiseres ook kunnen tegenwerpen dat zij stelt dat de familie van haar ex-echtgenoot in 2022 heeft gezegd dat zij de opvoeding wilde overnemen omdat zij was hertrouwd, terwijl eiseres ook heeft verklaard toen al enige jaren te zijn hertrouwd.
8.2.
Als het gaat om de gestelde dreiging van Al-Shabaab heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiseres algemeen, opmerkelijk, weinig gedetailleerd en ongerijmd heeft verklaard. Daaraan wordt onder meer ten grondslag gelegd dat opmerkelijk is dat eiseres heeft verklaard dat er actief naar haar werd gezocht en dat bij allerlei familieleden in Mogadishu naar haar werd gevraagd, maar dat zij haar niet in het ziekenhuis hebben gevonden waar zij twee maanden verbleef. Eiseres is een gebrek aan detail verweten daar waar zij heeft verklaard over de verhuizingen, omdat Al-Shabaab verre familieleden (“verre ooms” en “neven van haar vader”) in Mogadishu had weten te achterhalen. Verder rijmt de verklaring over de gestelde intensiteit van de zoektocht naar eiseres volgens de minister niet met de verklaring dat er volgens eiseres bij haar echtgenoot en moeder helemaal niet is geïnformeerd naar de verblijfplaats van eiseres en haar zoon. De minister heeft er daarbij op gewezen dat eiseres ook heeft verklaard dat haar echtgenoot was betrokken bij haar opvang en bescherming. Daarnaast is gewezen op het gebrek aan inspanning van eiseres om de autoriteiten te benaderen en haar eigen veiligheid en die van haar zoon te waarborgen, zelfs niet via informele kanalen. De rechtbank ziet in hetgeen door eiseres is aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de minister vorenstaande niet heeft kunnen tegenwerpen.
8.3.
De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de inconsistente verklaringen van eiseres en het uit haar relaas volgende passieve gedrag om contact op te nemen met haar echtgenoot, zeker na aankomst in Nederland, afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de eerdere betrokkenheid van de echtgenoot in het relaas van eiseres. Tijdens de gehoren heeft eiseres verklaard dat er vanuit Nederland geen contact kon worden opgenomen met haar echtgenoot, terwijl zij vanuit Mogadishu rechtstreeks contact had. Daaraan heeft eiseres tijdens de mondelinge behandeling nog toegevoegd dat zij na haar aankomst in Nederland één keer telefonisch contact heeft opgenomen met haar echtgenoot en zoon om te laten weten dat zij veilig is, maar nadien niet meer omdat dit te duur is. De rechtbank is van oordeel dat deze ter zitting gegeven verklaring niet kan afdoen aan het standpunt van de minister.
8.4.
Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de minister met het voorgaande deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de door eiseres gestelde problemen met haar ex partner, ex-schoonfamilie en Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn geacht.
9. Met betrekking tot het standpunt dat eiseres is aan te merken als alleenstaande vrouw overweegt de rechtbank als volgt.
9.1.
De minister heeft in het bestreden besluit uiteengezet waarom eiseres niet is aangemerkt als alleenstaande vrouw. Daarbij is er op gewezen dat eiseres nog meerdere familieleden, waaronder een zus, in Mogadishu heeft wonen, waar zij op kan rekenen, en dat ook haar moeder en (voor zover eiseres weet) haar echtgenoot nog in Somalië wonen.
9.2.
De rechtbank kan de minister volgen in het standpunt dat eiseres met de door haar afgelegde verklaringen niet als alleenstaande vrouw is aan te merken. Eiseres heeft aangegeven nog steeds gehuwd te zijn en het is haar, ook vanuit Nederland, gelukt (telefonisch) contact met haar echtgenoot (en zoon) te krijgen. Daarnaast heeft eiseres tijdens de gehoren gesproken over haar familieleden in Mogadishu. De minister kon er op grond van de verklaringen van eiseres van uitgaan dat zij bij haar familie in Mogadishu terecht kan. Door de enkele stelling van eiseres dat zij op dit moment geen contact heeft met haar echtgenoot en dat zij niet bij haar familie terecht kan heeft de minister eiseres niet als alleenstaande vrouw aan hoeven te merken [1] of hoeven concluderen dat eiseres geen reëel binnenlands beschermingsalternatief heeft. [2]
10. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres in beroep naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor vernietiging van het bestreden besluit.
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister om de aanvraag als ongegrond af te wijzen in stand wordt gelaten.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Meesters – van Luijk, rechter, in aanwezigheid van
N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie ook: de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 5 februari 2025,
2.Zie ook: de uitspraak van de ABRvS van 24 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3805.