Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: I. Vugs).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 31 oktober 2024 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De bewaring werd op 12 april 2025 opgeheven door de minister.
De rechtbank had reeds in een eerdere uitspraak van 8 april 2025 vastgesteld dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek op 2 april 2025 rechtmatig was. Daarom richtte de beoordeling zich op de periode tussen 2 en 12 april 2025. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring in deze periode niet gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.