ECLI:NL:RBDHA:2025:13055
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van het Dublinverdrag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan over het beroep in een gelijke zaak (zaaknummer NL25.28624). Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen. Verzoeker kreeg geen vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.