Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: L. Hartog).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De Minister van Asiel en Migratie legde op 10 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling, op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste het voortduren van de bewaring vanaf het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek, waarbij reeds was vastgesteld dat de maatregel rechtmatig was tot dat moment. De rechtbank concludeerde dat er voldoende zicht is op uitzetting naar Algerije, nu de minister regelmatig contact onderhoudt met de Algerijnse autoriteiten over de afgifte van een laissez passer en eiser niet actief meewerkt aan zijn terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en dat de omstandigheden niet vergelijkbaar zijn met de jurisprudentie van Mikolenko v. Estland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.