Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk, K. van Liemt;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, R.M.L. de Martis.
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2003 te [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van de volgende, inmiddels meerderjarige kinderen:
- De man en de vrouw hebben beiden de Italiaanse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 17 oktober 2023 voorlopige voorzieningen getroffen, voor
- vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 2.185,- bruto per maand, althans € 1.788,- bruto per maand, althans € 3.307,- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw;
- bepaling dat de man gehouden om aan de vrouw te voldoen:
- de helft van de extra kosten van [de jong-meerderjarige] , gelijk aan een bedrag van € 2.638,-;
- de helft van de extra kosten van [de meerderjarige] , gelijk aan een bedrag van € 2.941,-;
- een bedrag van € 3.600,- wegens ten behoeve van de man door de vrouw verrichte betalingen;
Echtscheiding
€ 1.460,- per maand). Geïndexeerd naar 2025 komt dit neer op een bedrag van € 4.372,- netto per maand.
na[datum] 2013, het moment waarop het Nederlands recht van toepassing werd op het huwelijksvermogensregime van partijen, aldus de vrouw. Daarnaast heeft de vrouw gesteld dat de huurinkomsten niet direct werden aangewend voor de premie van de kapitaalverzekering, maar dat deze werden gestort op de gezamenlijke rekening van partijen. Van deze rekening werden ook andere lasten voldaan, waaronder lasten voor de privéwoning van de man. Aldus kan volgens de vrouw niet vastgesteld worden dat de huurinkomsten zijn aangewend voor de premie.
€ 935.000,-, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde kapitaalverzekering ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening(en) ten tijde van de overdracht;