Eiseres, van Tunesische nationaliteit, is op 6 mei 2025 de maatregel van bewaring opgelegd door de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het sluiten van een eerder onderzoek bevestigd en beoordeelt alleen het voortduren daarna. Uit het dossier blijkt dat de minister op 9 mei 2025 een aanvraag voor een laissez passer (lp) aan de Tunesische autoriteiten heeft gestuurd, maar deze aanvankelijk onvolledig was. Na herstel is de aanvraag op 15 mei 2025 verzonden. De rechtbank oordeelt dat dit tijdsverloop niet wijst op onvoldoende voortvarendheid.
De Tunesische autoriteiten hebben nog niet aangegeven geen lp te zullen afgeven en het onderzoek loopt nog. Eiseres heeft niet altijd volledige medewerking verleend, bijvoorbeeld door niet te verschijnen bij een vertrekgesprek. De rechtbank benadrukt de rechtsplicht van eiseres tot volledige medewerking. De minister verricht maandelijks uitzettingshandelingen en de rechtbank ziet geen reden voor meer acties.
De belangenafweging leidt niet tot opheffing van de maatregel. De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en dat er zicht is op uitzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.