Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 25 april 2025 door de minister is opgelegd. Hij vordert tevens schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op schriftelijke stukken beoordeeld.
De rechtbank overweegt dat het lp-traject bij de Nigeriaanse autoriteiten nog loopt en dat de minister regelmatig navraag doet over de voortgang. Eiser weigerde te verschijnen bij een geplande presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten en werkte niet mee aan zijn terugkeer, ondanks een vertrekgesprek. De rechtbank benadrukt de medewerkingsplicht van eiser om concrete en verifieerbare gegevens te verkrijgen die nodig zijn voor uitzetting.
De rechtbank vindt geen aanleiding om te oordelen dat er geen zicht op uitzetting is of dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Ook de stelling dat eiser detentieongeschikt zou zijn wegens medische klachten wordt verworpen, omdat behandeling in het detentiecentrum adequaat is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.