ECLI:NL:RBDHA:2025:13153
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek LHBTI-vluchteling uit Uganda wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Ugandees die zich als homoseksueel presenteert, verzocht om asiel vanwege vrees voor vervolging in Uganda. Hij werd betrapt op een intiem moment in een kerk en vluchtte vervolgens uit Uganda. De minister wees zijn asielaanvraag af omdat het tweede asielmotief, zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen, niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat de minister het eerste motief, de identiteit en nationaliteit van eiser, terecht geloofwaardig achtte. Het tweede motief werd afgewezen omdat eiser onvoldoende concrete en samenhangende verklaringen gaf over zijn seksuele gerichtheid, relaties en contacten met LHBTI-groepen. Ook de overgelegde bewijsstukken zoals foto’s, berichten en verklaringen werden als onvoldoende overtuigend beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de minister zorgvuldig en volgens de werkinstructie 2019/17 heeft gehandeld, waarbij open vragen zijn gesteld en rekening is gehouden met eisers psychische en culturele achtergrond. De beroepsgronden falen en het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen verblijfsvergunning en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.