ECLI:NL:RBDHA:2025:13161

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
21 juli 2025
Zaaknummer
NL25.13451
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen niet-tijdig beslissen op asielaanvraag na intrekking bestreden besluit

Eiseres heeft op 1 december 2022 een asielaanvraag ingediend. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 17 maart 2025 af. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. Op 14 juli 2025 trok verweerder het bestreden besluit in. Eiseres verzocht daarop om het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag.

De rechtbank behandelde het beroep op 16 juli 2025, waarbij partijen niet verschenen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk vanwege intrekking en gebrek aan procesbelang. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen werd gegrond verklaard.

De rechtbank vernietigde het niet-tijdig beslissen, droeg verweerder op binnen acht weken een nieuwe beslissing te nemen en legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is gegrond verklaard met opdracht tot nieuwe beslissing binnen acht weken en oplegging van dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13451
proces-verbaal van mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.J. Schüller),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Op 1 december 2022 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend.
Bij besluit van 17 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Op 14 juli 2025 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
Eiseres heeft bij bericht van 15 juli 2025 de rechtbank verzocht om het beroep tegen het bestreden besluit om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag en te bepalen dat verweerder binnen acht weken opnieuw dient te beslissen.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld. Partijen zijn, zonder bericht, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken en dat eiseres heeft verzocht om het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag.
2. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk, nu dit besluit is ingetrokken en eiseres daardoor geen procesbelang meer heeft.
3. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag gegrond. De rechtbank zal het met een besluit gelijk te stellen niet-tijdig nemen van een besluit vernietigen, verweerder opdragen om binnen acht weken een besluit op de asielaanvraag bekend te maken en bepalen dat verweerder een dwangsom moet betalen van € 100 voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot het betalen van de vergoeding van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 17 maart 2025 niet-
ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de
asielaanvraag gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet-tijdig nemen van een besluit op de
asielaanvraag;
- draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze
uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.