ECLI:NL:RBDHA:2025:13171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 juli 2025 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring die op 4 juni 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De maatregel was op 13 juni 2025 opgeheven toen eiser met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie naar Albanië vertrok. Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij bereid was mee te werken aan zijn terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat gezien de niet bestreden gronden, waaronder het illegaal verblijf, het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats, en het risico op onttrekking aan toezicht, de minister terecht had besloten tot bewaring. De bereidheid van eiser om mee te werken was onvoldoende om een minder ingrijpende maatregel te rechtvaardigen, mede omdat hij geen reisticket of middelen had om dit te regelen.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie en vond geen onrechtmatigheid in de tenuitvoerlegging van de bewaring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.