ECLI:NL:RBDHA:2025:13172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was opgeheven nadat eiseres was uitgezet naar Polen. Het beroep werd tevens aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. Eiseres stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat zij bereid was met ondersteuning van Stichting Barka te vertrekken. De rechtbank oordeelde echter dat gezien de niet bestreden gronden, waaronder het niet voldoen aan de vertrekverplichting, het ontbreken van een vaste verblijfplaats en het veroorzaken van overlast, er een fors risico op onttrekking aan toezicht bestond.
De rechtbank vond dat de minister zich deugdelijk had gemotiveerd en dat geen andere minder dwingende maatregel doeltreffend was. Het ontbreken van een reisticket en onvoldoende middelen maakte het standpunt van eiseres onvoldoende. Ook de ambtshalve toetsing aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU bood geen aanleiding tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.