ECLI:NL:RBDHA:2025:13218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inreisverbod en maatregel van bewaring met afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 juli 2025 de beroepen van eiser tegen twee besluiten van de minister van Asiel en Migratie: een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring. Het inreisverbod was opgelegd op 3 juni 2025 en de maatregel van bewaring op dezelfde datum, maar deze laatste werd op 13 juni 2025 opgeheven toen eiser met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie naar Oezbekistan vertrok.
Eiser stelde dat de minister zijn onderzoeksplicht en het motiveringsbeginsel had geschonden door onvoldoende te vragen naar zijn zakelijke belangen en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal bleek dat eiser adequaat was bevraagd en dat hij geen zakelijke belangen had. Ook was de motivering van het inreisverbod voldoende. De rechtbank vond dat de maatregel van bewaring gelet op de omstandigheden en risico’s terecht was opgelegd en dat het feit dat eiser bereid was mee te werken onvoldoende was om een lichter middel te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat beide beroepen ongegrond zijn en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen het vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen de gestelde termijnen.
Uitkomst: De beroepen tegen het inreisverbod en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.