Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
en uitspraak in de beroepszaak tussen
[eiser], geopposeerde tevens eiser,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over het verzet tegen een eerdere uitspraak van 14 oktober 2024, waarin het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het verzet van opposant tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken. Opposant stelde terecht dat de ingebrekestelling van 2 mei 2024 prematuur was, omdat eiser onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt, waardoor de beslistermijn is opgeschort tot ten minste 4 maart 2026.
De rechtbank herzag daarom haar eerdere oordeel en verklaarde het verzet gegrond, waardoor de uitspraak van 14 oktober 2024 vervalt. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend, aangezien de maximale beslistermijn van 21 maanden nog niet was verstreken.
De rechtbank besloot het onderzoek niet te hervatten en sprak het beroep niet-ontvankelijk uit zonder verdere proceskostenveroordeling. Tegen het verzet is geen rechtsmiddel mogelijk, tegen het beroep kan nog een verzetschrift worden ingediend.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.