Uitspraak
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Inleiding
Beslissing
Beoordeling door de rechtbank
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 16 juli 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van 26 mei 2025 tot verlenging van de overdrachtstermijn. Deze verlenging werd ingesteld omdat eiser ondergedoken zou zijn om overdracht aan een andere lidstaat te voorkomen.
Tijdens de zitting was de gemachtigde van verweerder aanwezig, maar eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. De rechtbank baseerde haar oordeel op het dossier en de aangevoerde beroepsgronden. Uit het arrest Jawovan van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat onderduiken betekent dat een vreemdeling doelbewust buiten bereik van de autoriteiten blijft om overdracht te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser voldoende geïnformeerd was over zijn verplichtingen en de overdracht, zoals blijkt uit het vertrekgesprek van 13 mei 2025 en de kennisgeving van dezelfde datum. Op 22 en 23 mei 2025 was eiser niet aanwezig op zijn kamer en verscheen niet op het afgesproken tijdstip, wat duidt op onderduiken. Eiser gaf geen geldige reden voor zijn afwezigheid, waardoor de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde en het bestreden besluit in stand liet.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en bevat een verwijzing naar de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken is ongegrond verklaard.