Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres 2], V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres 2 en
[eiser 1], V-nummer: [v-nummer 3] , eiser 1,
Rechtbank Den Haag
Eisers, drie Jemenitische broers, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor het doel nareis bij hun meerderjarige broer met een asielvergunning in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de identiteit van eisers niet aannemelijk was gemaakt en er ernstige twijfels bestonden over de inhoudelijke juistheid van de overgelegde paspoorten, geboorteakten en het familieboekje.
Eisers voerden in beroep aan dat zij met officiële documenten hun identiteit hadden aangetoond en dat de minister ten onrechte twijfelde aan de echtheid van deze documenten. Ook werd gesteld dat de minister onterecht te veel waarde hechtte aan verklaringen van de moeder en de referent en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht twijfelde aan de identiteit en leeftijden van eisers, mede vanwege tegenstrijdigheden in documenten en verklaringen, het late registreren van geboorten en onduidelijkheden over het familieboekje. Eisers hadden geen objectief verifieerbare stukken overgelegd om deze twijfels weg te nemen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de minister niet hoefde te horen in bezwaar omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag voor nareis wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.