Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 7 december 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitzetting te schorsen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is, mede omdat de rechtsvraag over het concept 'veilig land van herkomst' Senegal en de uitzondering voor specifieke groepen personen nog in een andere zaak door een meervoudige kamer wordt behandeld. De uitkomst van die zaak kan gevolgen hebben voor het beroep van verzoeker.
Daarom wordt het beroep van verzoeker aangehouden en de uitzetting geschorst, zodat verzoeker in Nederland kan blijven totdat het beroep is afgerond. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,-.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.P.C.G. Derksen en griffier G.T.J. Kouwenberg op 30 januari 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.