ECLI:NL:RBDHA:2025:1330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Noorwegen
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseert dit op de Dublinverordening, omdat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelt dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn omstandigheden niet bijzonder genoeg zijn om de aanvraag toch in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Hij voert aan dat hij de problemen die hij in Noorwegen heeft ervaren niet met objectieve stukken kan onderbouwen en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Er is geen aannemelijk gemaakt dat Noorwegen zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De minister heeft daarom terecht de aanvraag niet in behandeling genomen.
Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard, wat betekent dat het besluit van de minister in stand blijft en eiser kan worden overgedragen aan Noorwegen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.