Uitspraak
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vrouw met de Azerbeidzjaanse nationaliteit die sinds 2016 in Nederland verblijft, heeft meerdere keren een aanvraag voor uitstel van vertrek ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Haar aanvraag van april 2022 werd afgewezen omdat zij niet alle gevraagde medische stukken aan het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft overgelegd, waardoor het BMA geen advies kon uitbrengen.
Eiseres stelde psychische klachten, dementie en hartklachten te hebben en voerde in beroep aan dat zij niet in staat is te reizen en dat zij de gevraagde medische stukken inmiddels wel had overgelegd. Tevens stelde zij dat de hoorplicht door verweerder was geschonden. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet alle gevraagde medische informatie heeft verstrekt, ondanks meerdere verzoeken van het BMA en herstelverzuimen van verweerder.
De rechtbank stelde vast dat het BMA zonder volledige medische gegevens geen zorgvuldig advies kon uitbrengen en dat verweerder daarom terecht heeft besloten de aanvraag af te wijzen. Het beroep op bewijsnood en de stelling dat de hoorplicht was geschonden werden verworpen. Omdat het beroep ongegrond is verklaard, wees de voorzieningenrechter ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.