ECLI:NL:RBDHA:2025:1331
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Noorwegen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag onder zaaknummer NL25.820. Daarnaast heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting geoordeeld dat nu de hoofdzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is onherroepelijk, hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en Noorwegen verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.