Eiser heeft op 4 april 2022 BPM betaald voor een Mercedes-Benz GLE 350, waarbij de belasting werd berekend op basis van een taxatierapport. Verweerder legde een naheffingsaanslag op, vastgesteld via een forfaitaire afschrijvingstabel, omdat het taxatierapport niet als bewijs kon dienen.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de naheffingsaanslag terecht was, of het taxatierapport bruikbaar was, en of sprake was van schending van fundamentele beginselen zoals het mandaatverbod. De rechtbank oordeelde dat het taxatierapport niet representatief was voor de staat van de auto op het moment van het belastbare feit, mede omdat de auto een WOK-status had die pas later werd beëindigd.
Verder werd geoordeeld dat het mandaatverbod niet was geschonden omdat de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar door verschillende personen waren ondertekend. Ook was er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase, zodat geen vergoeding van immateriële schade werd toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.