De zaak betreft een geschil over de juistheid van een naheffingsaanslag BPM opgelegd aan V.O.F. BR Cars. De belastingplichtige had een aangifte gedaan op basis van een taxatierapport, waarin de waarde van een Seat Tarraco werd vastgesteld. De Belastingdienst stelde echter dat het taxatierapport niet bruikbaar was vanwege essentiële gebreken aan het voertuig en het tijdstip van taxatie.
Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat het taxatierapport niet de staat van de auto op het moment van het belastbare feit weerspiegelde, mede omdat de auto een WOK-status had die pas na de taxatie werd opgeheven. Hierdoor kon de belastingplichtige geen beroep doen op het taxatierapport voor vermindering van de BPM.
De rechtbank accepteerde wel het gebruik van de koerslijst, wat leidde tot een verlaging van de naheffingsaanslag met €193. De herleidingsmethode werd afgewezen op basis van een recent arrest van de Hoge Raad. Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de termijn niet was overschreden.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan de belastingplichtige. De uitspraak vervangt de eerdere uitspraak op bezwaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.