3.7.De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij op 22 februari 2024 te ’s-Gravenhage door feitelijkheden [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 2] , te weten:
- het betasten/aanraken over het hele lichaam van die van die [aangeefster 2] ,
- het wrijven met zijn, verdachtes hand en penis over de vagina van die [aangeefster 2] ,
- het likken aan de billen, de vagina, de clitoris, de liezen en de voeten van die [aangeefster 2] ,
- het brengen en bewegen van zijn, verdachtes vinger(s) in de vagina van die [aangeefster 2] en
- het brengen en bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [aangeefster 2] ,
welkefeitelijkheden hebben bestaan uit:
- het op zijn schoot trekken van die [aangeefster 2] ,
- het uittrekken en opzij trekken van de onderkleding/ondergoed van die [aangeefster 2] en (deze) (seksuele) handelingen (onverhoeds) verrichten zonder dat zij dit kon verhinderen en
- het uit elkaar duwen van de benen van die [aangeefster 2] en
- het doorgaan met voornoemde (seksuele) handelingen, terwijl/nadat die
[aangeefster 2] hem, verdachte, (meermalen) wegduwde, zei dat ze het niet wilde en
zei dat ze naar huis wilde.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.