Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 17 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na een eerste afwijzing en vernietiging van dat besluit volgden meerdere procedures en aanvullende hoorzittingen. De kern van het geschil betrof het lidmaatschap van eiser van de Aro Baga-cult en de daaruit voortvloeiende problemen die hij als grond voor asiel aanvoerde.
Verweerder achtte de verklaringen van eiser over zijn lidmaatschap en de problemen daarmee ongeloofwaardig, omdat deze niet met objectieve documenten waren onderbouwd en geen samenhangend en aannemelijk geheel vormden. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit op goede gronden deed, mede gelet op tegenstrijdigheden en ongerijmdheden in het relaas van eiser.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder ten onrechte tegenstrijdigheden had vastgesteld en onvoldoende rekening had gehouden met de omstandigheden van het aanvullend gehoor. De rechtbank verwierp deze stellingen en benadrukte dat ondanks enige verklaringen van eiser, de geloofwaardigheid van zijn relaas onvoldoende was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het terugkeerbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.