De rechtbank Den Haag behandelde op 8 juli 2025 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging van de terbeschikkinggestelde, die sinds 2015 onder deze maatregel valt vanwege een ernstig misdrijf. De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met schizofrenie en een stoornis in middelengebruik, functioneert op een zwak intellectueel niveau en verblijft in een forensisch psychiatrisch centrum.
De kliniek adviseert verlenging van de TBS met een jaar, omdat ondanks positieve ontwikkelingen en stabiel functioneren het risico op (seksueel) gewelddadige recidive bij beëindiging van de maatregel matig tot hoog blijft. De terbeschikkinggestelde heeft vooruitgang geboekt, werkt 32 uur per week, en is medicatietrouw, maar blijft afhankelijk van intensieve begeleiding en ondersteuning. Een passende woonvoorziening en ambulante behandeling moeten nog worden gerealiseerd.
De terbeschikkinggestelde wenst geen verlenging en pleit voor een voorwaardelijke beëindiging, maar de rechtbank oordeelt dat dit op dit moment niet verantwoord is. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af en verlengt de TBS met een jaar, met het oog op verdere ontwikkeling en voorbereiding op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging in de toekomst.
De beslissing werd genomen door drie rechters en uitgesproken op 22 juli 2025. De rechtbank baseert zich op het advies van de kliniek, de deskundigenverklaringen en de huidige stand van het behandeltraject.