ECLI:NL:RBDHA:2025:13383

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
09/827078-14
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar in een strafzaak met psychische problematiek

Op 22 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1979 te Zambia, die ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, gewijzigd naar een verlenging van één jaar. De terbeschikkinggestelde verblijft momenteel in een forensisch psychiatrisch centrum en heeft een diagnose van schizofrenie en een stoornis in alcohol- en cannabisgebruik. De kliniek adviseert tot verlenging van de terbeschikkingstelling, gezien de nog aanwezige stoornissen en het risico op herhaling van delictgedrag. Tijdens de zitting zijn zowel de terbeschikkinggestelde als deskundigen gehoord. De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen de verlenging van de maatregel eist, ondanks de positieve ontwikkelingen in het functioneren van de terbeschikkinggestelde. De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman tot aanhouding af en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar, met de mogelijkheid om na dit jaar te bezien of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Parketnummer: 09/827078-14

Beslissing van 22 juli 2025

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 21 mei 2025 om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, in de zaak van:

[de terbeschikkinggestelde] , (hierna: de terbeschikkinggestelde),

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] (Zambia),
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek 1] (hierna: de kliniek),
die bij vonnis van deze rechtbank van 17 juni 2015 ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 5 september 2023 met twee jaar verlengd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de
bijlage.

De procedure

De rechtbank heeft de vordering op 8 juli 2025 ter terechtzitting behandeld.
De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.W. Knoester, is gehoord. Tevens is de officier van justitie, mr. S. van Dongen, gehoord.
Daarnaast zijn [naam 1] , behandelcoördinator bij de kliniek, en [naam 2] , reclasseringswerker, als deskundige gehoord.

Het advies van de kliniek

De kliniek adviseert tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar.
De terbeschikkinggestelde is gediagnostiseerd met schizofrenie en er is sprake van een stoornis in alcohol- en cannabisgebruik (momenteel volledig in remissie). Hij functioneert op zwak intellectueel niveau.
De terbeschikkinggestelde verbleef aan het begin van de rapportageperiode op een interne resocialisatieafdeling van de kliniek. Vanaf 23 oktober 2023 verbleef hij bij ‘ [locatie 1] ’, onderdeel van [kliniek 2] in [plaats] . Dit verblijf verliep, met behulp van veel externe sturing en ondersteuning, positief. In november 2023 is de terbeschikkinggestelde gestart met dagbesteding op het terrein van [kliniek 2] en in december 2023 is een externe werkplek gevonden bij een transportbedrijf nabij het stadscentrum.
In september 2024 is de terbeschikkinggestelde overgegaan naar ‘ [locatie 2] ’, onderdeel van [kliniek 2] , in [plaats] , waar hij ook thans verblijft. De terbeschikkinggestelde functioneert stabiel, waarbij de goede dagstructuur een belangrijke
rol heeft, met een goede balans tussen in- en ontspanning. De terbeschikkinggestelde werkt structureel 32 uur per week. Zijn medicatietrouw is goed en hij is langdurig ingesteld op een passend schema. Het gedrag van de terbeschikkinggestelde wordt beschreven als ontspannen, rustig en positief. Verlofbewegingen verlopen gestructureerd; sinds 5 oktober 2022 beschikt de terbeschikkinggestelde over overnachtingsverloven, die hij gebruikt door in het weekend bij zijn moeder in Schijndel te overnachten.
De terbeschikkinggestelde heeft de stap naar beveiligingsniveau 0 weten te zetten zonder te destabiliseren. Hij houdt hierbij vast aan de bij hem ingesleten leefregels, namelijk het innemen van zijn medicatie, het abstinent blijven van middelen en het volgen van een daginvulling. Wel is de terbeschikkinggestelde nog altijd afhankelijk van intensieve begeleiding. Op het gebied van onder andere zelfstandigheid maakt de terbeschikkinggestelde een ontwikkeling door die de initiële verwachtingen overstijgt. Ingeschat wordt dat met hem nog stappen te zetten zijn, naar een woonvoorziening binnen of mogelijk ook buiten de GGZ. Dit wordt in de komende periode verder onderzocht in samenwerking met [kliniek 2] en de reclassering. Naast een passende woonvoorziening zal de ambulante behandeling en begeleiding in die woonomgeving vormgegeven moeten worden. Wanneer de terbeschikkinggestelde ergens verblijft waar hij ook langdurig kan verblijven én zijn functioneren stabiel blijft, kan middels proefverlof de volgende stap worden gezet in de voorbereiding op voorwaardelijke beëindiging van de tbs.
Wanneer de begeleiding volledig zou wegvallen en de terbeschikkinggestelde op zichzelf zou worden teruggeworpen, is de inschatting dat het de terbeschikkinggestelde niet zal lukken om zijn leven een adequate invulling te geven. Wanneer hij zou stoppen met medicatie, kunnen psychotische symptomen ontstaan. Als de terbeschikkinggestelde daarbij terugvalt in drugs- en alcoholgebruik kan dit leiden tot een verergering van psychotische symptomen en impulsiviteit. Samen met het ontvallen van de externe structuur is de volledige delictdynamiek (voor zover bekend) in dat geval aanwezig.
Gezien het huidige functioneren van de terbeschikkinggestelde is de inschatting dat hij langdurig, mogelijk permanent, zal zijn aangewezen op begeleiding en ondersteuning. Het risico op (seksueel) gewelddadige recidive wordt bij het opheffen van de maatregel ingeschat als matig tot hoog.
Het risico op (seksueel) gewelddadige recidive binnen een voorwaardelijk einde van de maatregel wordt eveneens ingeschat als matig tot hoog. Randvoorwaarden binnen een dergelijk kader, zoals passende huisvesting en goed hulpverleningscontact met een ForFACT team en de reclassering zijn nog niet voldoende vormgegeven.
Deskundige [naam 1] heeft in aanvulling op het advies ter terechtzitting naar voren gebracht dat bewust - in tegenstelling tot hetgeen is besproken op de vorige verlengingszitting - geen maatregelrapport is opgesteld om de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging te laten onderzoeken. De kliniek acht het van belang dat binnen het huidige kader van dwangverpleging een verdergaande vervolgstap buiten een GGZ-omgeving kan worden onderzocht, waarvan aanvankelijk werd gedacht dat deze niet mogelijk was. Er wordt gezocht naar een geschikte woonplek voor de terbeschikkinggestelde binnen een meer reguliere beschermde woonvorm. Ook de ambulante behandeling moet nog vorm worden gegeven.
Deskundige [naam 2] heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de reclassering sinds vier maanden betrokken is en dat twee weken geleden is besproken dat voor wat betreft de woonplek van de terbeschikkinggestelde zal worden gericht op een kleine voorziening in Schijndel. De terbeschikkinggestelde is hier nog niet aangemeld.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat hij niet achter een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging staat en dat hij wenst dat de reclassering het gaat overnemen in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de
terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen en de beslissing voor wat betreft de dwangverpleging aan te houden zodat onderzoek kan worden gedaan naar de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging. De raadsman heeft erop gewezen dat de terbeschikkinggestelde de afgelopen periode heeft laten zien dat hij goed kon omgaan met veranderingen. Het traject dat nu door de kliniek wordt geadviseerd, kan volgens de raadsman ook plaatsvinden in het kader van een voorwaardelijke beëindiging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de schriftelijke vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar gewijzigd, in die zin dat wordt gevorderd de termijn van terbeschikkingstelling te verlengen met een jaar.
De officier van justitie acht het, gelet op de stappen die de terbeschikkinggestelde nog moet nemen, te vroeg voor onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging.

Het oordeel van de rechtbank

Indexdelict
De maatregel van terbeschikkingstelling is aan de terbeschikkinggestelde opgelegd vanwege
een misdrijf dat was gericht tegen en gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.
Stoornis en herhalingsgevaar
Op grond van het advies van de kliniek stelt de rechtbank vast dat de stoornissen van de terbeschikkinggestelde nog steeds aanwezig zijn. Daarnaast komt in het advies naar voren dat de kans op herhaling bij de onmiddellijke beëindiging van de maatregel matig tot hoog is.
Verlenging/voorwaardelijke beëindiging?
Op grond van het advies van de kliniek is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.
Uit het advies van de kliniek en de ter terechtzitting door de deskundigen gegeven toelichting, blijkt dat de terbeschikkinggestelde een ontwikkeling heeft doorgemaakt die de initiële verwachtingen overstijgt. Hierdoor wordt ingeschat dat met de terbeschikkinggestelde nog stappen te zetten zijn naar een woonvoorziening binnen of buiten de GGZ. Deze woonvoorziening, alsmede de hierbij noodzakelijke ambulante behandeling en begeleiding, zullen nog vormgegeven moeten worden. De kliniek acht het, ter beperking van het recidiverisico, noodzakelijk dat zij tijdens de overgang naar de nieuwe woonvoorziening betrokken blijft. Gelet op het advies van de kliniek is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging op dit moment niet aan de orde is. De rechtbank zal het verzoek van de raadsman om de zaak aan te houden om een maatregelrapport op te laten stellen daarom afwijzen. Gelet op de geschetste positieve ontwikkelingen die de terbeschikkinggestelde heeft doorgemaakt en de extra stap die de terbeschikkinggestelde naar verwachting komende periode zal gaan zetten naar een nieuwe woonvoorziening, ziet de rechtbank aanleiding om de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met een jaar. Na dit jaar kan worden bezien of de terbeschikkinggestelde erin is geslaagd om de positieve lijn voort te zetten en of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wel aan de orde is.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de raadsman tot aanhouding af;
wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met
een jaar.
Aldus beslist te Den Haag door:
mr. F.M. Guljé, voorzitter,
mr. H.P.M. Meskers, rechter,
mr. S.M. van der Schenk, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 juni 2015, waarbij de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege werd gelast;
  • de beslissing van de rechtbank Den Haag van 5 september 2023, waarbij de terbeschikkingstelling laatstelijk met twee jaar is verlengd;
  • het verlengingsadvies van de kliniek van 24 april 2025;
  • de wettelijke aantekeningen tot en met 1 mei 2025;
  • de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 21 mei 2025.