ECLI:NL:RBDHA:2025:13385

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
09/144148-23
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot voortzetting van de ISD-maatregel na tussentijdse beoordeling

Op 5 oktober 2023 heeft de rechtbank Den Haag de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan de veroordeelde. De veroordeelde heeft op 9 mei 2025 een verzoek ingediend voor een tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van deze maatregel. De behandeling van dit verzoek vond plaats op 8 juli 2025, waarbij de veroordeelde, zijn raadsman mr. H. Weisfelt, en de officier van justitie mr. S. van Dongen zijn gehoord. De rapportage van de penitentiaire inrichting (P.I.) van 27 juni 2025 geeft aan dat de veroordeelde op 10 november 2023 is geplaatst op de ISD-afdeling, maar dat hij onvoldoende profiteerde van de geboden behandeling. Ondanks dat hij geen grote problemen veroorzaakte, bleef de voortgang in zijn behandeling uit. De rechtbank heeft vastgesteld dat het recidiverisico gemiddeld is, maar het risico op stalking wordt als hoog ingeschat. De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de maatregel noodzakelijk is voor de beveiliging van de maatschappij en het verminderen van recidive. De rechtbank beslist dat de tenuitvoerlegging van de maatregel moet worden voortgezet tot 19 oktober 2025, waarbij de veroordeelde begeleid zal worden in zijn terugkeer naar de maatschappij.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Parketnummer: 09/144148-23

Beslissing van de rechtbank Den Haag, meervoudige kamer in strafzaken,

[de veroordeelde] (hierna: de veroordeelde),

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting [plaats 1] , (hierna: P.I.),
voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van mr. H. Weisfelt, advocaat te Den Haag.

Het procesverloop

De rechtbank heeft op 5 oktober 2023 de veroordeelde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de maatregel) opgelegd. De veroordeelde heeft een verzoek ingediend, ingekomen op 9 mei 2025, tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot het voortzetten van de maatregel.

De stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de bijlage.

De behandeling op de terechtzitting

De rechtbank heeft het verzoek op 8 juli 2025 behandeld. De veroordeelde en zijn raadsman, mr. H. Weisfelt, zijn gehoord. Tevens is de officier van justitie, mr. S. van Dongen, gehoord.
Daarnaast is namens de P.I. als deskundige gehoord [naam] , senior casemanager ISD.

Het rapport

Uit de rapportage van de P.I. van 27 juni 2025 komt naar voren dat de veroordeelde op 10 november 2023 is geplaatst op de ISD-afdeling van P.I. [plaats 1] .
De veroordeelde verbleef vanaf 28 mei 2024 in FPK [plaats 2] . Hier is uitgebreid diagnostiek naar autisme gedaan, welke diagnose is gesteld. Behandeling is hier verder op uitgezet. Door de kliniek werd geconstateerd dat de veroordeelde onvoldoende profiteerde van de geboden behandeling. Hoewel hij geen grote problemen veroorzaakt heeft op de afdeling, is er geen verdieping ontstaan in de behandeling en zijn zaken aan de oppervlakte gebleven. De veroordeelde heeft de indruk gewekt eerder zijn tijd uit te zitten op de afdeling totdat zijn maatregel afloopt, dan dat er actief aan de behandeling gewerkt werd.
Er is geïnvesteerd in het contact met de ex-partner en het kind van de veroordeelde om het contact zo in goede banen te laten lopen, maar ook hierin liet de veroordeelde zien onvoldoende ontwikkelingen te maken.
Op 15 april 2025 is besloten dat de behandeling voortijdig werd beëindigd. De veroordeelde is op 18 april 2025 teruggeplaatst naar de P.I., waarna veelvuldig met de veroordeelde is gesproken over zijn terugkeer in de maatschappij. Op 17 juni 2025 is de veroordeelde besproken in een Trajectbepalingsoverleg in het kader van zijn terugplaatsing. Hierbij is
besloten om met de veroordeelde mee te gaan in de wens een praktisch traject te plannen, waarbij de veroordeelde kan werken bij Visie-R, een verlofplan met de veroordeelde opgebouwd gaat worden en er een mogelijke doorplaatsing naar een woonvorm gaat plaatsvinden. De veroordeelde is aangemeld voor een intake bij Visie-R, bij [kliniek] en voor diverse woonvormen.
Het ISD-kader en de beschermende, beveiligde omgeving worden op dit moment als beschermende factoren aangemerkt. Het risico op algemene recidive en het risico op letsel wordt ingeschat als gemiddeld. Het risico op onttrekken aan voorwaarden en het risico op stalking worden ingeschat als hoog.
Om de ISD-maatregel positief te beëindigen wordt tot het einde van de maatregel op 19 oktober 2025 ingezet op het wekelijks spreken van de veroordeelde. Daarnaast wordt ingezet op het vinden van woonruimte, waar de veroordeelde begeleid gaat worden. Ook heeft de veroordeelde gesprekken met de psycholoog. Aangezien de behandeling nog niet is afgerond en de veroordeelde momenteel wordt toegeleid naar woonruimte en werk, wordt geadviseerd om de ISD maatregel te continueren.
Deskundige [naam] heeft in aanvulling op de rapportage ter terechtzitting naar voren gebracht dat de voorgenomen behandeling bij [kliniek] nog niet is gestart, nu sprake is van een wachtlijst. De veroordeelde heeft een intake gehad bij [instelling] , waarna is bevestigd dat hij daar wordt aangenomen. De veroordeelde dient nog een verklaring te tekenen waarin hij akkoord gaat met de voorwaarden voor de plaatsing, alvorens hij daadwerkelijk zal worden geplaatst. De verwachting is dat er voor het einde van de maatregel een plek vrij zal komen. De werkgever, niet zijnde Visie-R, waar de veroordeelde naar eigen zeggen kan gaan werken, moet eerst gescreend worden alvorens kan worden bekeken of bij deze een geschikte werkplek aanwezig is.

Het standpunt van de veroordeelde

De veroordeelde heeft naar voren gebracht dat dat hij graag wil dat de maatregel wordt beëindigd, zodat hij het contact met en de zorg voor zijn kind eerder kan oppakken. [instelling] heeft aangegeven dat daar plek is en de veroordeelde is abstinent van middelengebruik. De veroordeelde begrijpt niet waarom hij zijn tijd tot 19 oktober 2025 moet volmaken.
De raadsman heeft naar voren gebracht dat [instelling] reeds heeft bevestigd dat de veroordeelde is aangenomen, dat hij aan het werk kan in een commerciële functie bij ‘People in Business’ en dat de veroordeelde abstinent is van drugs. Het voortzetten van de maatregel zou volgens de raadsman enkel de beveiliging van de maatschappij dienen. Het risico is volgens de raadsman niet overdreven groot, waardoor over drie maanden sprake is van dezelfde situatie en de maatregel ook nu al kan worden beëindigd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de maatregel.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de rapportage van de P.I. en de bespreking ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is.
De rechtbank overweegt dat de maatregel primair strekt tot beveiliging van de maatschappij en beëindiging van de recidive, zo volgt uit artikel 38m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit is blijkens de parlementaire geschiedenis het hoofddoel van de maatregel. Daarnaast kan, indien de veroordeelde verslaafd is of als er ten aanzien van hem andere specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, de maatregel er mede toe strekken een bijdrage te leveren aan de oplossing van deze problematiek (artikel 38m, derde lid, Sr).
De rechtbank is van oordeel dat het bij vonnis van 5 oktober 2023 vastgestelde hoge
recidiverisico op dit moment niet voldoende is verminderd. Uit de rapportage van de P.I. blijkt dat het algemene recidiverisico binnen de maatregel wordt ingeschat als
gemiddeld. Het recidiverisico ten aanzien van stalking wordt ingeschat als hoog.
Dat betekent dat het belangrijkste doel van de maatregel nog steeds wordt gediend. Verder doet zich bij de veroordeelde niet de situatie voor dat verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten zijn macht ligt. Uit de rapportage en de bespreking ter zitting is gebleken dat er binnen de maatregel op dit moment nog een aantal stappen te zetten zijn die zijn gericht op het resocialisatietraject van de veroordeelde. Er is dus geen reden om de maatregel te beëindigen.

Beslissing

De rechtbank,
beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist.
Aldus beslist in Den Haag door:
mr. H.P.M. Meskers, voorzitter,
mr F.M. Guljé, rechter,
mr. S.M. van der Schenk, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.
Mr. S.M. van der Schenk is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
­ het vonnis van deze rechtbank van 5 oktober 2023;
­ het Verslag tussentijdse toetsing maatregel ISD d.d. 27 juni 2025;
­ het verzoekschrift van de veroordeelde, ingekomen op 9 mei 2025.