ECLI:NL:RBDHA:2025:13393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse homoseksuele man wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Gambiaanse man die zich als homoseksueel presenteert, vroeg asiel aan in Nederland. De minister wees zijn aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van zijn geboortedatum en seksuele gerichtheid onvoldoende was. Eiser betoogde dat de minister het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten raadplegen en dat zijn verklaringen niet tegenstrijdig waren.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen BMA-advies heeft ingewonnen, omdat het medisch dossier verouderd was en onvoldoende onderbouwing bood. De minister mocht ook twijfelen aan de geloofwaardigheid van de geboortedatum, gezien tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van een origineel paspoort. Daarnaast vond de rechtbank dat de minister voldoende rekening had gehouden met het culturele referentiekader van eiser, maar dat eiser onvoldoende een authentiek en persoonlijk verhaal had gegeven over zijn seksuele gerichtheid.
De rechtbank concludeerde dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag terecht in stand kon laten. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.