ECLI:NL:RBDHA:2025:13399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser was werkzaam als allround magazijnmedewerker en meldde zich ziek vanwege rug- en nekklachten. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek werd vastgesteld dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarop de Ziektewetuitkering per 5 mei 2023 werd beëindigd.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen groter waren, met name op psychisch vlak en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heroverwoog de situatie, maar bleef bij de eerdere conclusie. Eiser leverde aanvullende medische stukken aan, waaronder een behandelplan van GGZ Denazorg, maar deze betroffen een latere datum dan de datum in geding.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst adequaat waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige beoordeling juist was. De stelling van eiser dat er meer beperkingen en een urenbeperking moesten worden aangenomen werd niet gevolgd, omdat de medische informatie die dit zou ondersteunen niet betrekking had op de datum in geding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 5 mei 2023. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 5 mei 2023 en verklaart het beroep ongegrond.