ECLI:NL:RBDHA:2025:1356

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
4 februari 2025
Zaaknummer
NL24.39568
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag onder Besluit- en Vertrekmoratorium Oekraïne

Eiseres diende op 6 februari 2023 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie heeft op grond van het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) Oekraïne de beslistermijn voor asielaanvragen van vreemdelingen uit Oekraïne verlengd tot maximaal 21 maanden. Deze verlengingen zijn vastgesteld door besluiten van 22 maart 2022, 24 augustus 2022, 9 maart 2023 en een Kamerbrief van 6 september 2023, waarbij de geldigheid van het BVM uiteindelijk eindigde op 28 november 2023.

Eiseres stelde de minister op 19 juni 2024 schriftelijk in gebreke om binnen twee weken een beslissing te nemen, waarna zij beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt echter dat de ingebrekestelling prematuur was, omdat de beslistermijn van 21 maanden pas op 6 november 2024 verliep. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39568

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 6 februari 2023.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

3. Voordat eiseres een beroep kan indienen tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag, moet eiseres schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat er binnen twee weken alsnog moet worden beslist (de ingebrekestelling). [2] Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan eiseres beroep indienen.
4. De minister moet binnen zes maanden op de asielaanvraag van eiseres beslissen. [3] Voor bepaalde categorieën vreemdelingen die aan asielaanvraag hebben ingediend, kan deze termijn worden verlengd tot ten hoogste 21 maanden wanneer naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan redelijkerwijs niet beslist kan worden of de aanvraag op een van de gronden uit artikel 29 van Pro de Vw ingewilligd kan worden. [4]
5. Met het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) Oekraïne van 22 maart 2022 [5] is voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne die een asielaanvraag indienen of hebben ingediend de beslistermijn verlengd met een jaar. Met het besluit van 24 augustus 2022 [6] is de geldigheid van het BVM verlengd met zes maanden. Met het besluit van 9 maart 2023 [7] is de geldigheid van het BVM nogmaals verlengd met zes maanden en is bepaald dat de beslistermijn voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne die een asielaanvraag indienen of hebben ingediend, is verlengd tot 21 maanden. Het BVM is vervolgens met de Kamerbrief van 6 september 2023 [8] met drie maanden verlengd. De geldigheid van het BVM eindigde op 28 november 2023.
6. Eiseres heeft haar aanvraag ingediend op 6 februari 2023, waardoor de aanvraag van eiseres valt onder het in r.o. 5. genoemde BVM. Op 6 november 2024 waren er 21 maanden verstreken na het indienen van de aanvraag. Daarmee verstreek ook de beslistermijn om op de aanvraag van eiseres te beslissen volgens het BVM op 6 november 2024. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 19 juni 2024 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
3.Artikel 42, eerste lid, van de Vw.
4.Artikel 43, eerste lid, van de Vw.
5.Besluit van 22 maart 2022 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne (
6.Besluit van 24 augustus 2022 tot het verlengen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne (
7.Besluit van 9 maart 2023 tot het verlengen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Oekraïne (