ECLI:NL:RBDHA:2025:13572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding afgewezen
De minister heeft op 17 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiseres op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2025 behandeld.
Eiseres voerde aan dat onduidelijk was wanneer zij van het politiebureau naar het detentiecentrum was overgebracht, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij langer dan 24 uur in een politiecel verbleef. De minister toonde aan dat zij minder dan 24 uur in de politiecel verbleef, hetgeen niet werd betwist. Daarnaast stelde eiseres dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting, onder meer door een te late aanvraag van een reisdocument en het ontbreken van effectieve vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de reactietermijn door de Roemeense autoriteiten geen onrechtmatigheid van de bewaring veroorzaakt. De minister handelde voldoende voortvarend door meerdere vertrekgesprekken te voeren en tijdig een terugname- en overnameverzoek te verzenden. De waarde van de vertrekgesprekken werd bevestigd als effectieve uitzettingshandelingen. De rechtbank vond geen grond voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.