De minderjarige kampt met ernstige problemen in emotieregulatie en vertoont heftig gedrag, mede veroorzaakt door spanningen rondom school en leerlingenvervoer. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om verlenging van de machtiging voor gesloten jeugdhulp, omdat de benodigde hulpverlening nog opgezet moet worden om een voorspoedige thuisplaatsing te waarborgen.
De minderjarige en zijn moeder voeren verweer tegen de huidige plaatsing en het verzoek, waarbij de minderjarige aangeeft onvoldoende contact met zijn coach te hebben en de moeder twijfelt aan de effectiviteit van de begeleiding bij de zorginstelling. De gecertificeerde instelling onderschrijft het verzoek en benadrukt het belang van stevige hulpverlening, waaronder het inzetten van het FAST-traject en forensische GGZ.
De kinderrechter oordeelt dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk en geschikt is vanwege de ernstige belemmeringen in de ontwikkeling van de minderjarige en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. De machtiging wordt voor de resterende duur van drie maanden verleend, met nadruk op het verbeteren van communicatie tussen zorginstelling en moeder, het stimuleren van sportactiviteiten en het contact met de coach, evenals het onderzoeken van medicatiegebruik.