ECLI:NL:RBDHA:2025:13647
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij visumaanvraag
Eiser diende bezwaar in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum kort verblijf, gevolgd door een beroep tegen het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank stelde eiser in de gelegenheid het griffierecht van €184 binnen vier weken te voldoen, maar eiser betaalde niet en gaf geen geldige reden voor dit verzuim.
Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn reden voor niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank concludeerde dat het verzuim aan eiser kan worden toegerekend en verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 21 juli 2025 door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.