ECLI:NL:RBDHA:2025:13687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oordeel over terugkeerbesluit en inreisverbod voor Britse vreemdeling na aanhouding met drugs
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 14 juli 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd aan een Britse vreemdeling. De minister van Asiel en Migratie had op 25 januari 2025 aan de eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd, omdat hij niet langer rechtmatig verblijf had in Nederland. Eiser, die in januari 2025 naar Nederland was gereisd voor familiebezoek, werd op 22 januari 2025 aangehouden met een aanzienlijke hoeveelheid hennep. De rechtbank heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat de minister terecht het terugkeerbesluit had opgelegd, aangezien eiser een gevaar voor de openbare orde vormde door zijn aanhouding met drugs. De rechtbank benadrukte dat een onherroepelijke veroordeling niet noodzakelijk is voor het opleggen van een terugkeerbesluit en dat de aanhouding op zich al voldoende was om aan te nemen dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat het inreisverbod ook terecht was opgelegd. Eiser had aangevoerd dat het inreisverbod onevenredig zwaar was voor zijn gezinsleven, maar de rechtbank oordeelde dat de gevolgen voor zijn gezinsleven niet zodanig waren dat het inreisverbod als onevenredig kon worden beschouwd. De rechtbank concludeerde dat de minister op basis van de feiten en omstandigheden van de zaak de juiste beslissing had genomen en dat er geen reden was om het besluit te herzien. De uitspraak werd gedaan door mr. G.A. van der Straaten, in aanwezigheid van griffier mr. C.G.H. van der Holst.