ECLI:NL:RBDHA:2025:13693

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
25 juli 2025
Zaaknummer
NL21.4281
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak

Verzoekster had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 19 maart 2021 werd afgewezen met oplegging van een inreisverbod van twee jaar. Verzoekster stelde bezwaar in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Na het gegrond verklaren van het bezwaar op 7 oktober 2021 trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg zij om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft vervolgens de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding. De minister gaf aan dat het primaire besluit was herroepen, maar niet onrechtmatig was, en zag daarom geen aanleiding tot vergoeding.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het verzoek om voorlopige voorziening niet de aanleiding was voor het besluit op bezwaar. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.4281

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en aan verzoekster een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld binnen twee weken op het verzoek tot veroordeling tot vergoeding van de proceskosten te reageren. Verweerder heeft op 26 oktober 2021 van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb. Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. Verweerder heeft in zijn reactie op het verzoek tot vergoeding van de proceskosten gesteld dat het primaire besluit is herroepen, maar dat deze niet onrechtmatig was. Daarom ziet verweerder geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van een tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Voor een veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster op grond van art. 8:75a van de Awb is vereist dat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen. Uit de reactie van verweerder op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster is af te leiden dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet de aanleiding is geweest voor het besluit op bezwaar. Om die reden zal het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.