Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse nationaliteit, vroeg op 17 oktober 2023 een visum kort verblijf aan om een vriend in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd op 24 oktober 2023 afgewezen omdat het doel van het verblijf onvoldoende was aangetoond en er twijfel bestond over het vertrek uit Nederland.
Het bezwaar van eiser werd door verweerder ongegrond verklaard, waarbij verweerder stelde dat de vriendschapsrelatie niet aannemelijk was en dat onvoldoende sociale en economische binding met Irak was aangetoond. Tevens werd afgezien van het horen van eiser in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte van de hoorplicht was afgezien, aangezien de omstandigheden en verzoeken om een hoorzitting dat rechtvaardigden. Ook was de motivering over de sociale en economische binding onvoldoende. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen na een hoorzitting.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na een hoorzitting.