Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Buitenlandse Zaken,
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een visumaanvraag voor kort verblijf ingediend die door de minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen. De rechtbank had eerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering van de minister over de sociale en economische binding van eiser met Irak. De minister nam vervolgens een nieuw besluit, maar handhaafde de afwijzing.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn referent (broer) niet is aangetoond, ondanks dat eiser identiteitsbewijzen en doopaktes heeft overgelegd met overeenkomende familienaam en familienummer. Ook de sociale binding met Irak is onvoldoende gemotiveerd door de minister, met name het belang van het jonge gezin van eiser en de zorg voor ouders en familieleden is niet adequaat meegewogen.
Ten aanzien van de economische binding heeft eiser een werkgeversverklaring en bankrekening overgelegd, maar de minister stelde dat dit onvoldoende bewijs is voor een structureel inkomen. De rechtbank vindt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze stukken niet bijdragen aan de economische binding. De sociale en economische binding dienen in onderlinge samenhang te worden beoordeeld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.