Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Waar gaat deze procedure over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 31 december 2024, met producties 1 tot en met 18;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord in reconventie.
- de brief van mr. Anker van 19 mei 2025, met aanvullende producties 19 tot en met 24, inclusief een video-opname en twee geluidsopnames (producties 22, 23 en 24);
- de brief van mr. Anker van 23 mei 2025, met producties 25 en 26 (overzichten van volgens [partij A] relevante tijdsblokken/verklaringen die zijn te horen op de bovengenoemde geluidsopnamen);
- de brief van mr. Anker van 26 mei 2025, met producties 27 en 28 (een geluidsopname en een overzicht met volgens [partij A] relevante tijdsblokken/verklaringen uit die opname).
3.De feiten
- Met betrekking tot de werkzaamheden aan de betonnen dekvloer: de vloer is beschadigd (2), een dilatatievoeg ontbreekt onder de scheidingswand ter plaatse van de trap (3a) en de dekvloer ter plaatse van de kantstroken is slordig afgewerkt (3d);
- Met betrekking tot de werkzaamheden in de badkamer: de sparingen rondom de leidingen zijn deels onvoldoende ruim aangebracht en een afdichting ontbreekt (10);
- Met betrekking tot de vloerverwarming: de warmteverlies- en capaciteitsberekeningen ontbreken (12), de randstrook/naad tussen fermacellplaat en wanden ontbreekt deels en is deels onvoldoende breed uitgevoerd (14), en er zijn onjuiste schroeven in de wand- en vloerplaten aangebracht (15);
- Met betrekking tot de mechanische installatie: onvoldoende is komen vast te staan dat de kanalen luchtdicht zijn afgedicht en dat met het verloop van de kanalen de benodigde afzuigcapaciteit kan worden behaald (17);
- Met betrekking tot het loodgieterswerk: de diameter van de ontspanningsleiding van de riolering voldoet niet (18), er is een knik in de waterleiding aanwezig (20), een deugdelijke aanleg/onderbouwing van de warmwaterinstallatie is onvoldoende komen vast te staan en een tekening van de installatie ontbreekt (21), er is onvoldoende afstand tussen de koud- en warm(water)leidingen aangehouden/de isolatie van de waterleidingen ontbreekt (22), en de waterleidingen zijn niet afgeperst (23).
€ 225,-
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
in conventie
- [partij A] tijdens de uitvoering zonder overleg met [partij B] voor een ander type betonvloer heeft gekozen, dat afweek van de afspraken die partijen bij het sluiten van de overeenkomst hadden gemaakt;
- [partij B] in de veronderstelling was dat er nog een eindvloer over de betonvloer zou worden aangebracht, wat verklaart waarom [partij B] niet specifiek heeft toegezien op vloeraansluitingen;
- De verantwoordelijkheid voor de afwerking van de vloer niet bij [partij B] lag, maar bij het externe bedrijf dat het beton heeft gestort en de vloer zelfstandig heeft beoordeeld op basis van de opdracht van [partij A] .
last but not least– waarom die afspraken nopen tot een heroverweging ten opzichte van het eerste rapport. De aanvullende schaderaming maakt dit alles niet inzichtelijk. Ook [partij A] heeft over al het voorgaande niets gesteld in de dagvaarding. [partij A] heeft alleen – zonder nadere toelichting – verwezen naar de (niet onderbouwde) aanvullende schaderaming van TOP. Informatie over de nadere gegevens die door [partij A] aan TOP zijn verstrekt (en wat daaruit concreet zou blijken) ontbreekt in de dagvaarding, terwijl het – op grond van haar stelplicht – aan [partij A] is om een deugdelijke feitelijke onderbouwing van haar vordering te geven. Aan die stelplicht heeft zij niet voldaan.
€ 17.067,16(€ 26.800,- € 9.732,84). Ook de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 juni 2024 is, als onweersproken en op de wet gegrond, toewijsbaar.