ECLI:NL:RBDHA:2025:13773

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
28 juli 2025
Zaaknummer
NL24.16885
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 18 november 2024 is afgewezen als niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 27 juni 2025, gelijktijdig met de bodemzaak (zaaknummer NL24.16884). In de bodemprocedure werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waardoor de minister verplicht is een nieuw besluit te nemen.

Door de gegrondverklaring van het beroep heeft verzoeker van rechtswege verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,00 conform het Besluit proceskosten voor rechtsbijstand door een derde. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de minister is veroordeeld in de proceskosten van €907,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.16885
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Berg).

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als niet-ontvankelijk.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL24.16884, op 27 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, P. Cuijpers als tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.16884, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Dit betekent dat de minister een nieuw besluit moet nemen. Als gevolg hiervan heeft verzoeker van rechtswege verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €907,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van €907,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; en
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 juli 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.