ECLI:NL:RBDHA:2025:13779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring negende asielaanvraag Gambiaanse vreemdeling wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, heeft tussen 2019 en 2025 acht asielaanvragen ingediend, waarvan de meeste niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn verklaard. Zijn negende aanvraag, ingediend op 16 mei 2025, werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen nieuwe of relevante elementen bevatte die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.
Eiser baseert zijn asielverzoek op zijn afstamming van een voormalig minister van justitie in Gambia, die wordt beschuldigd van ernstige misdrijven. Hij overlegt tevens bewijs van een eerdere verblijfsvergunning in Estland van 2016 tot 2019, die later werd ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat hoewel deze stukken nieuw zijn, zij niet relevant zijn in de zin dat zij de kans op bescherming vergroten.
De rechtbank volgt de uitleg uit het arrest L.H. omtrent de beoordeling van opvolgende asielaanvragen en benadrukt dat verweerder de aanvraag moet beoordelen naar Nederlands recht. Het arrest QY van het Hof van Justitie is niet van toepassing omdat een ingetrokken verblijfsstatus in een andere lidstaat geen verplichting tot inwilliging van de aanvraag oplevert.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De negende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.